Schaduw

Schaduw

 

De term sociaal is natuurlijk een ruim begrip en de ene mens is van nature uit meer sociaal ingesteld dan een ander mens. De één moet er meer moeite voor doen om sociaal te zijn of sociaal te worden als een ander mens. Sociale vaardigheden zijn de meeste mensen niet zomaar gegeven. Op een zeker moment dient een mens ze zelf verder tot ontwikkeling te brengen en kan zelfs opvoeding niet geheel toereikend meer zijn. Juist ook omdat er zoiets als anti-sociaalheid bestaat; ook weer bij ieder mens in meer of mindere graad. De mensen zijn geneigd om elkaar in slaap te wiegen en zichzelf te laten gelden, tegelijkertijd verzetten mensen zich er tegen om zich door de ander in slaap te laten sussen en in beslag te laten nemen. Aan de ene kant de ander willen overrompelen en aan de andere kant zich schrap zetten tegen de invloed van de ander.

 

Het is bekend wat naïviteit of onbewustheid is, maar ook wat arrogantie is. Arrogantie is een overmaat aan zelfbewustzijn; onbewustheid (op een zeker moment) een tekort aan zelfbewustzijn. Het gaat hier ook weer om het juiste midden. Niet teveel en niet te weinig en zo aldus het juiste evenwicht. Zou ik altijd alleen maar sociaal zijn ingesteld dan zou ik als het ware inslapen in de andere mensen en door hen in beslag worden genomen. Zou ik alleen maar anti-sociaal zijn ingesteld dan zou ik mij niet kunnen verplaatsen in de gevoelens, gesteldheden en situaties van een ander, waardoor ik binnen het samenleven en samenwerken met andere mensen veelvuldig conflicten veroorzaak of domineer.

 

Mij hebben talloze levenservaringen geleerd dat op de keeper beschouwd mensen elkaar op ongeveer vier manieren in beslag kunnen nemen of in elkaar op kunnen gaan. Hier zie ik krachten van de jaloezie, van de huichelachtigheid, van de dweepzucht of van de schijnheiligheid werkzaam. Welk mens durft zichzelf, laat staan de ander, te bekennen dat hij soms of vaak jaloers, huichelachtig, dweepzuchtig, of schijnheilig bezig is? Dat bekennen mensen niet vaak en zeer zeker niet graag. Toch vormen genoemde zaken vaak de drijfveren van het handelen. Omdat een mens zich deze handelwijzen vaak niet bekennen kan of bekennen wil, is hij zich vaak ook niet helder bewust van het minder morele karakter van bepaalde gedragingen. Hij voelt het vaag met onbehagen wel aan, maar het leeft niet helder in zijn gedachten.

 

In de loop der jaren heb ik geleerd hoe die gedragingen toch ontmaskerd en onderkend kunnen worden. Juist aan de maskeringen kunnen de gedragingen worden herkend. Wat is namelijk het geval?

 

Jaloersheid kenmerkt zich door de neiging om zich enerzijds gelijk te stellen met de ander (de persoon waarop men jaloers is) en aan de andere kant (nog) beter te zijn als die ander.

Aldus: gelijkstellen - jaloezie - beter zijn.

 

Huichelachtigheid kenmerkt zich door te neiging om enerzijds met de ander (de persoon waarnaar men huichelt) mee te praten en anderzijds zich naar die ander berekenend op te stellen.

Aldus: meepraten - huichelen - berekenen.

 

Dweepzucht kenmerkt zich door de neiging zich door de ander (de persoon met wie men dweept) te laten beleren en anderzijds die ander te willen beleren.

Aldus: laten beleren - dweepzucht - willen beleren.

 

Schijnheiligheid kenmerkt zich door de neiging om naar de ander (de persoon waarnaar men zich schijnheilig opstelt) vermoorde onschuld te benadrukken en anderzijds naar die ander uit te zijn op vergelding.

Aldus: vermoorde onschuld - schijnheiligheid - vergelding.

 

 

 

 

Website laatst bewerkt: 4-1-2014 door J. Wervenbos te Rotterdam

Kanttekeningen

 

2-1-2014

 

Deze tekst is zeker meer dan twintig jaar oud. Tegenwoordig zou ik het ongetwijfeld anders formuleren, het staat er nogal plomp, maar ik sta nog altijd achter de strekking. Sleutelen aan oude teksten doe ik zo weinig mogelijk, hoezeer mijn vingers soms ook jeuken. Wel maak ik in dit soort gevallen dikwijls gebruik van flankerende tekskolommen voor actuele kanttekeningen, aanvullingen enzovoort.

 

Met het stuk leg ik onder andere een deelrelatie met Rudolf Steiners notie en beschrijving van wat hij een sociaal oerfenomeen bij menselijke ontmoetingen en interacties noemde. De beschouwing schreef ik in een levensfase waarin ik intensief worstelde met interactieprocessen en wat tegenwoordig ook wel menselijke chemie wordt genoemd. Dit inclusief min of meer verborgen dubbelgangersmotieven.

 

Ten aanzien van dit soort onderwerpen, menselijke chemie, kan het zinvol zijn om onder andere Steiners voordracht De positieve en de negatieve mens (Berlijn, 1910) te bestuderen. Let wel: de termen positief en negatief gebruikt Steiner in die voordracht volstrekt neutraal. Deze aanduidingen zijn in dit geval in kwalitatieve zin te vergelijken met een positieve en negatieve electrische lading, een anode en kathode kant van electriciteit als natuurkundig verschijnsel.

 

Bij de mens is hier sprake van een zielsmatige polaire tegenstelling: eigenzinningheid versus beïnvloedbaarheid; wat naar buiten bekeken twee type mensen en inwendig bezien twee intrinsieke basiseigenschappen impliceert.