Een kinderspreuk op de jaren negentig

Een kinderspreuk op de jaren negentig

 

Tussen alle grote mensen

(er zijn er bij wie het beklijft)

een dikke warme brij

onuitgesproken wensen,

aanlokkelijk zwijgen,

ademtochten en lichaamsgeuren ineen.

 

Kleine staat op

en loopt

een tred, treden, trad;

terwijl het bij zijn hoeders spookt

een bed, beden, zat.

 

Kleine is gekomen

om storm te luwen,

proeft en ruikt,

proest ‘t uit,

verbreekt stilzwijgen,

legt bloot gesmoorde kiem,

zal naar oorlog uitzien;

 

zal verdelen wat hem verdeelde.

 

 

 

 

 

Website laatst bewerkt: 4-1-2014 door J. Wervenbos te Rotterdam

Notitie

 

Tekst volgt nog.